Overslaan naar inhoud

Second Shin

28 juni 2026 in
Jan van Herp

De band bestond toen uit bassist Hans Steneker, gitarist Marinus Elzinga, drummer Luuk Visscher en zanger Harry Kwant.Helemaal vooraan zittend Kriel – de ONOVERTROFFEN roadie, zittend rechts Anti Drost – de ONOVETROFFEN chauffeur en roadie en in het midden staand, met lange blonde haren en bril onze ONOVERTROFFEN manager Harry Kroeze. EN LAAT DIE JONGEN NOU VANDAAG JARIG ZIJN !!!Dus bij deze: Harry, gefeliciteerd met je verjaardag !!Toen ik ergens eind november 1982 werd gebeld met de vraag of ik basgitarist wilde worden bij Second Skin, hoefde ik niet lang na te denken. Mijn oude vriend Harry Kwant was zanger in die band, dus dat was al helemaal top. Had de jongens al twee keer live gezien (waarvan 1x een zelf georganiseerd optreden in Zuidlaren), vond het een prima band, dus….. “JA!!”. Maar er was wel eerst nog even een auditie, want er was nog een gegadigde.Op de betreffende dag werd ik opgehaald vanaf het Popburo in Groningen en bij de eerste kennismaking was het al gelijk “ouwe jongens, krentenbrood” – gezellig, ouwehoeren, lol.Aangekomen bij hun repetitieruimte maakte ik kennis met de manager – Harry Kroeze. Zijn eerste woorden waren een goede binnenkomen: “mit dien lengte hoalst’ gemiddelde wel onderoet”. Na enige uitleg en vertaling voelde ik me gelijk op mijn gemak.De auditie ging goed en dezelfde avond werd ik gebeld dat ik kon beginnen. De verrassing: ik had twee weken om alles in te studeren, want op 24 december stond er een optreden in de Kwinne te Stadskanaal. En zo begon voor mij een nieuw avontuur met optredens die iets verder weg waren dan de buurthuizen om de hoek, theaters binnen Nederland of het Bruine Café. Nu gingen we ook richting Denemarken en vooral Duitsland en waren we een heel weekend met 6 of 7 man onderweg.Na het verlossende telefoontje hebben we uiteraard nog wel een aantal keren gerepeteerd, waar Harry op een gegeven moment duidelijk maakte dat ie niet gecharmeerd was van mijn gedateerde basinstallatie: ”Wilst mit dat brandholt ’t podium op? Docht ik nailt! Mout wel eevm wat schierders kommen!”. Dus moest ik daar nog effe mee aan de slag. Maar uiteindelijk kwam alles goed en gingen we op pad.In die periode heb ik manager Harry Kroeze leren kennen als een erg toffe gozer, wel recht voor z’n Oost Groningse raap, maar wel duidelijk, straight en een jongen die niet zo gauw in paniek raakte. En als er iets persoonlijks met iemand aan de hand was dan was ie meelevend en - als het noodzakelijk was - de band even op het tweede plan.Slechts één keer heb ik hem kunnen betrappen op enigszins lichte paniek. Tijdens een weekend spelen in Hamburg – waarschijnlijk vrijdag en zaterdag in “Club Logo” – sliepen we in een hotel tegenover de betreffende club. Alles goed verzorgt. Dat had Harry goed geregeld. Op de terugreis natuurlijk weer van alles aan gekkigheid in de fel oranje Mercedesbus. Ik mocht voorin tussen chauffeur (weet even niet meer wie er reed: Anti of Luuk) en Kroeze. Na al een tijdje onderweg te zijn, valt het mij op dat Harry al zijn jaszakken leeg aan het halen is en alles controleert. Daarna volgen zijn broekzakken en zijn koffertje. Ik denk nog “zou ie wat kwijt zijn?” Na enige tijd buigt hij zich voorover richting chauffeur en zegt – niet al te hard – “kist eenm omkeern noar ’t hotel…..ik heb de siezen liggn loatn”.Af en toe waren er ook complimenten (niet te vaak natuurlijk, want dan gingen we naast onze schoenen lopen… hahaha). Woorden als “bist ain leutje opdondertje, moar wel aine mit’n grode snoete”. Dat sloeg dan op de charmante samenzang tussen zanger Harry Kwant en mij.Al met al was het een mooie tijd, één om nooit te vergeten

Deel deze post
Archief

Volgende lezen
EPPEL DJEK