Overslaan naar inhoud

De Vruchtbare Bodem Groningen als de eerste popstad van Nederland

De jaren zeventig als aanloop tot georganiseerde popcultuur
26 juni 2026 in
Jan van Herp

Groningen kende in de jaren zeventig een vrijwel onvergelijkbare dichtheid aan popgroepen. De overvloed aan bandjes bezorgde de Martinistad zelfs de aanduiding 'eerste popstad van Nederland' — een reputatie die was opgebouwd zonder enige overheidsinmenging, gemeentelijk beleid of structurele subsidies.

De wortels van de Groninger popcultuur liggen al in de tweede helft van de jaren vijftig. Tonny Veuger haalde als conservator van het Natuurhistorisch Museum in het Prinsenhof 'hangjeugd' uit de omgeving van de schouwburg naar binnen. Via hem en schoolbioloog De Jonge werd een lokaal geregeld, waar de nieuwste platen werden gedraaid. De club 'De Pelikaan' groeide zo snel dat de gemeente er een stokje voor stak.

In april 1958 vroeg schoolbioloog De Jonge aan het gemeentebestuur om een andere ruimte. Zo werd de 'Moderne Jeugd- en Jongeren Sociëteit' opgericht, die in de volksmond al snel werd aangeduid als 't Krotje — vanwege de slechte staat van het onderkomen aan de Helperwestsingel in Helpman. De leiding lag bij Tonny en zijn broers Bé en Krijn Veuger.

Verhalen over uitbundige dans- en muziekfeesten gingen als een lopend vuurtje door de stad. Een paar weken na de start bezochten honderden jongeren het pand, waarvan de oppervlakte niet groter was dan twintig vierkante meter.Bron: Poparchief Groningen / 't Krotje

Bé Veuger werd in de winter van 1959-1960 manager van Little Ritz (Maurits Hitiahubessy) & The Rocking Butterflies. In het voorjaar van 1960 zette hij voor circa 15 groepen de Rocking NV op — het allereerste Groninger 'popburo', een proto-koepelorganisatie die al vroeg de weg wees naar gecoördineerd bandenbeheer.

Midden jaren zestig vonden belangrijke veranderingen plaats. Het is de tijd van provo's en hippies. Tour '66 in de Gelkingestraat, opgezet door de nieuwe Stichting Centrum met Krotje-mensen als Tonny en Bé Veuger, werd geopend op 5 mei 1966 met een optreden van Cuby & the Blizzards. Gebrek aan geluidsvoorzieningen en financiële problemen betekenden binnen een jaar het einde. Daarmee sloot de eerste fase van de Groninger popgeschiedenis.

In de jaren zeventig bloeide de popcultuur opnieuw op, dit keer in het zogenoemde nachtclubcircuit (NCC): café's en openbare inrichtingen die na twee uur 's nachts geopend wilden blijven, moesten van de stedelijke overheid 'levende muziek' aanbieden. In dit circuit doken de namen op van Herman Brood en van de groepen White Honey en Phoney and The Hardcore.

Groningen als popstad in de jaren zeventig

De bruisende popcultuur in Groningen had zich voltrokken zónder overheidsingrijpen, gemeentelijk beleid of subsidies. Voor sommigen was deze vrijheid nauw verbonden met romantiek en tegelijk noodzakelijk voor inspiratie en creativiteit. Andere betrokkenen proefden anarchie, gebrek aan samenwerking en verdeeldheid. Het was precies deze spanning die uiteindelijk leidde tot de oprichting van het Popburo.

De voorganger van het Popburo was de Stichting Geluid (1972–1980), een eerdere poging tot organisatie van de Groninger popmuziek. Toen Stichting Geluid faalde, ging de haar toegewezen gemeentelijke subsidie — na 1980 — over naar de pas opgerichte Vereniging Popburo Groningen.